Waar in Nederland is de kans het grootst dat je prof wordt?

3 min leestijd
Aymen Sliti, Ayoub Oufkir
© IMAGO
Milan Keskin
Maak ons je Google-favoriet

Waar woon je als jeugdspeler het gunstigst als je droomt van een contract bij een BVO? Niet per se in een provincie met de meeste clubs, de grootste stadions of de meeste camera’s langs de lijn. De meest recente data van de KNVB levert een veel interessanter beeld op.

Drenthe en Flevoland zijn, afgezet tegen het aantal jeugdvoetballers, de opvallende koplopers als het gaat om instroom bij een BVO-opleiding. Noord-Holland is ondertussen de absolute hofleverancier van profdebutanten. Oftewel: de beste plek om gescout te worden is niet automatisch ook de plek waar uiteindelijk de meeste profs vandaan komen.

Artikel gaat verder onder de video

Drenthe en Flevoland zijn de verrassende koplopers

In de afgelopen vijf onderzochte seizoenen stroomden vanuit Drenthe en Flevoland allebei 125 jeugdspelers per 10.000 voetballers door naar een BVO-opleiding. Dat is hoger dan in traditionele voetbalprovincies als Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant.

De KNVB benadrukt terecht dat dit geen simpele ranglijst is. “Samenwerkingsverbanden en regioplannen” spelen mee, net als de omvang van het lokale voetballandschap en het geboortemaandeffect. Maar de uitkomst blijft opvallend: in Drenthe en Flevoland is de relatieve route van amateurclub naar betaald voetbal het breedst. Lees hier meer over het geboortemaandeffect.

Dat Drenthe zo hoog scoort, is geen bewijs dat iedere speler daar een grotere kans heeft dan een talent uit Amsterdam of Rotterdam. Wel laat het zien dat de afstand tussen amateurvoetbal en een BVO in sommige regio’s kleiner is dan vaak wordt gedacht. “Je postcode bepaalt niet je plafond”, maar een sterke regionale route helpt natuurlijk wel.

In Drenthe en Flevoland is de kans relatief het grootst dat een jeugdvoetballer wordt opgenomen in de opleiding van een betaaldvoetbalclub. Per 10.000 gescoute voetballers stromen daar 125 spelers door naar een BVO. Ook Limburg (112), Noord-Holland (110) en Noord-Brabant (102) scoren hoog. Zeeland blijft met 25 instromers per 10.000 voetballers duidelijk achter.
© KNVB - In Drenthe en Flevoland is de kans relatief het grootst dat een jeugdvoetballer wordt opgenomen in de opleiding van een betaaldvoetbalclub. Per 10.000 gescoute voetballers stromen daar 125 spelers door naar een BVO. Ook Limburg (112), Noord-Holland (110) en Noord-Brabant (102) scoren hoog. Zeeland blijft met 25 instromers per 10.000 voetballers duidelijk achter.

Noord-Holland blijft de grootste profleverancier

Wie kijkt naar het eindstation (een profdebuut in de Eredivisie of Keuken Kampioen Divisie) ziet een ander verhaal. Noord-Holland leverde in vijf seizoenen liefst 158 debutanten af. Zuid-Holland volgt op afstand met 110, terwijl Noord-Brabant op 81 uitkomt.

Ook relatief is Noord-Holland de nummer één: 25 debutanten per 10.000 jeugdvoetballers. Flevoland volgt met 22 en Groningen met 17. Friesland zit met dertien debutanten en zeven per 10.000 jeugdvoetballers juist aan de onderkant van de lijst.

De verklaring ligt voor de hand. Noord-Holland heeft met Ajax, AZ, FC Volendam, Telstar en een enorme amateurvoetbalbasis een dicht netwerk van opleidingen, scouts en sterke jeugdcompetities. Bovendien hoeven talenten uit de regio vaak minder ver te reizen om op de radar te komen.

Lees ook: Wat is de solidariteitsbijdrage van de FIFA en hoe werkt die bij een transfer?

De eerste BVO-stap is niet hetzelfde als prof worden

Dat onderscheid is misschien wel de belangrijkste conclusie van de hele kaart. Gespot worden door een BVO is één ding. Daarna moet je je staande houden in een omgeving waarin de selectie ieder jaar smaller wordt. De stap van Onder 15 naar Onder 18 is groot, maar de stap van de opleiding naar het eerste elftal is vaak nog veel harder.

De KNVB-data laat zien dat profdebutanten gemiddeld iets later bij een BVO binnenkomen dan alle instromers. Daarnaast stroomde 65% van de uiteindelijke debutanten al voor zijn twaalfde in, tegenover 60% van alle jeugdspelers. Vroeg binnenkomen helpt dus, maar is zeker geen garantie.

De KNVB pleit dan ook voor “niet selecteren op jonge leeftijd”, maar voor genoeg kansen om later alsnog in te stromen.

Conclusie: geen Randstad-monopolie

Drenthe en Flevoland blijken de beste provincies om relatief snel op de radar van een BVO te komen. Noord-Holland is vervolgens de plek waar in absolute én relatieve zin de meeste spelers uiteindelijk hun profdebuut maken.

Maar de kaart vertelt vooral dat talentontwikkeling geen Randstad-monopolie is. Een goede amateurclub, een sterk regionaal netwerk en scouts die verder kijken dan de bekende opleidingen kunnen het verschil maken. Wie prof wil worden, hoeft dus niet per se op zijn achtste naar Amsterdam te verhuizen. Een goede eerste stap kan net zo goed in Emmen, Lelystad of Hoogeveen liggen.

Deze analyse is onderdeel van The Recruitment Room: een nieuwsbrief is gemaakt voor trainers, scouts, technisch directeuren, agencies én sportjournalisten en -redacties.