Wat is de solidariteitsbijdrage van de FIFA en hoe werkt die bij een transfer?

DALLAS - Nigel de Jong, Director of Elite Football at the KNVB, during a training session of the Dutch national team, Nationalteam on the grounds of Southern Methodist University on June 15, 2026, in Dallas. The Dutch team is preparing for the World...
© IMAGO
Milan Keskin
Maak ons je Google-favoriet

Maakt een speler met een doorlopend contract een transfer naar een nieuwe club, dan kunnen zijn voormalige prof- en amateurclubs rekenen op een financiële meevaller. De verenigingen die de voetballer in zijn jeugdjaren hebben opgeleid, hebben in dat geval namelijk recht op een zogeheten solidariteitsbijdrage. Bij iedere betaalde transfer wordt standaard vijf procent van de totale transfersom apart gezet voor de clubs waar de speler tussen zijn twaalfde en 23e levensjaar speelde. De FIFA heeft deze regeling in het leven geroepen om zowel betaaldvoetbalorganisaties als lokale amateurverenigingen te belonen voor hun vroege investeringen in de ontwikkeling van talent.

In de voetbalwereld worden de termen opleidingsvergoeding, trainingscompensatie en solidariteitsbijdrage nogal eens door elkaar gehaald. Toch gaat het in de reglementen van de wereldvoetbalbond om twee duidelijk verschillende mechanismen.

Artikel gaat verder onder de video

De overkoepelende opleidingsvergoeding valt onder de internationale FIFA-regels en geldt daarmee ook op de Nederlandse transfermarkt. Deze vergoeding bestaat in de praktijk uit twee delen: de trainingscompensatie en de solidariteitsbijdrage. Samen zorgen deze regelingen ervoor dat alle clubs die een rol hebben gespeeld in de jeugdopleiding een financieel aandeel ontvangen

Verschil tussen solidariteitsbijdrage en trainingscompensatie

Om te bepalen wanneer een club precies recht heeft op die vijf procent, is het onderscheid tussen de twee FIFA-pijlers belangrijk. De trainingscompensatie is een vast bedrag dat betaald moet worden zodra een talent zijn eerste profcontract tekent of naar het buitenland vertrekt. Deze regeling geldt tot en met het seizoen waarin de speler 23 jaar wordt en berekent de vergoeding over de opleidingsjaren tussen het twaalfde en 21e levensjaar. De opleidingsvergoeding loopt dus niet eindeloos door, al blijft de solidariteitsbijdrage daarna wel gewoon van kracht.

Waar die vaste trainingscompensatie vervalt na het seizoen waarin de speler 23 jaar wordt, loopt het solidariteitsmechanisme de rest van zijn carrière gewoon door. Dit geldt bij elke internationale transfer (en onder specifieke voorwaarden ook bij binnenlandse deals met een buitenlandse opleidingscomponent) waarbij een doorlopend contract wordt afgekocht.

Maakt een speler op latere leeftijd een miljoenenklapper terwijl hij nog vastligt, dan rinkelt de kassa dus opnieuw bij zijn oude jeugdclubs. Vertrekt een voetballer daarentegen transfervrij na een aflopend contract, dan wordt er geen transfersom betaald en keren de opleidingsclubs met lege handen huiswaarts.

Verdeling van de vijf procent

Bij een betaalde transfer gaat er dus standaard vijf procent van de totale afkoopsom in de solidariteitspot. Dat bedrag wordt volgens een vaste verdeelsleutel uitgesmeerd over de twaalf opleidingsjaren tussen het kalenderjaar van de twaalfde en dat van de 23e verjaardag van de speler. De vroege jeugdjaren, van het twaalfde tot en met het vijftiende levensjaar, tellen elk mee voor vijf procent van die pot. Dat komt neer op 0,25 procent van de totale transfersom per seizoen.

Vanaf het kalenderjaar waarin een talent zestien wordt tot en met het jaar van zijn 23e verjaardag, gaat dat percentage per seizoen keer twee. Voor deze acht belangrijke ontwikkelingsjaren incasseert een opleidende club per jaar tien procent van de solidariteitsbijdrage, oftewel 0,5 procent van de gehele transfersom per seizoen.

Verdeling solidariteitsbijdrage
LeeftijdAandeel solidariteitsbijdrage per seizoenAandeel totale transfersom per seizoen
12 t/m 15 jaar5%0.25%
16 t/m 23 jaar10%0.50%
Totaal100%5.00%

De rekensom is daarmee snel gemaakt: vier seizoenen tegen 0,25 procent (samen één procent) en acht seizoenen tegen 0,5 procent (samen vier procent) vormen samen precies de volledige vijf procent van het transferbedrag.

In de praktijk spelen veel voetballers in hun jeugd voor verschillende verenigingen, van een lokale dorpsclub tot meerdere profopleidingen. Iedere club waar een speler tussen zijn twaalfde en 23e levensjaar actief was, deelt bij een latere transfer mee in de opbrengst.

Speelde een talent in die periode bijvoorbeeld voor zowel Ajax, PSV als Feyenoord, dan ontvangen al deze drie clubs naar rato een deel van de solidariteitsbijdrage. Datzelfde geldt voor amateurverenigingen waar een speler vanaf zijn twaalfde op het veld stond voordat een profclub hem oppikte.

Frenkie de Jong speelde jarenlang in de jeugdopleiding van Willem II alvorens hij de overstap naar Ajax maakte. De Jong wordt de laatste jaren steeds vaker gelinkt aan een vertrek bij FC Barcelona. Mocht hij ooit een transfer maken, dan profiteren Willem II én Ajax mee.
© IMAGO - Frenkie de Jong speelde jarenlang in de jeugdopleiding van Willem II alvorens hij de overstap naar Ajax maakte. De Jong wordt de laatste jaren steeds vaker gelinkt aan een vertrek bij FC Barcelona. Mocht hij ooit een transfer maken, dan profiteren Willem II én Ajax mee.

Vaste trainingscompensatie en FIFA-categorieën

Naast het vaste percentage bij transfersommen kent de FIFA voor jonge spelers ook een trainingscompensatie. Dit is een vergoeding voor de clubs waar een talent tussen zijn 12e en 21e levensjaar heeft gespeeld. Deze regeling geldt wereldwijd en dus ook in Nederland. Een nieuwe club hoeft dit bedrag pas over te maken zodra de voetballer zijn eerste profcontract tekent of vóór zijn 23e verjaardag naar een buitenlandse club overstapt.

Om deze vaste som te berekenen, heeft de wereldvoetbalbond alle landen en clubs onderverdeeld in vier categorieën. Daarbij wordt gekeken naar de kwaliteit, reputatie en financiële schaal van de jeugdopleidingen in het betreffende land.

Alle clubs uit hetzelfde land zitten in dezelfde schaal: hoe hoger de categorie van de kopende club, hoe hoger het vaste bedrag dat per opleidingsjaar moet worden overgemaakt. Binnen de UEFA zitten zeven landen in Categorie I: Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, België, Spanje en Nederland. Daarmee wordt ons land bij de toplaag ingeschaald. Buiten Europa behoren alleen Argentinië en Brazilië tot deze hoogste categorie.

Opleidingsvergoeding per categorie
CategorieBedrag per opleidingsjaar
Categorie I€90.000
Categorie II€60.000
Categorie III€30.000
Categorie IV€10.000

Binnen de UEFA-zone zijn er vaste jaartarieven gekoppeld aan de verschillende niveaus. Om te voorkomen dat een transfer van hele jonge talenten onbetaalbaar wordt, geldt voor de eerste drie opleidingsjaren van de O13 tot en met de O15 (twaalf tot en met vijftien jaar) altijd het laagste tarief van Categorie IV. Ongeacht het niveau van de betrokken clubs kost die periode dus standaard 10.000 euro per seizoen.

FIFA Clearing House en nationale tarieven KNVB

In het verleden grepen kleinere profclubs en amateurverenigingen nog regelmatig naast het geld waar ze recht op hadden. Vaak wisten zij niet dat een oud-speler een buitenlandse transfer had gemaakt of ontbrak de juridische slagkracht om die vijf procent op te eisen.

Uit eerdere schattingen van de NOS bleek dat er wereldwijd jaarlijks zo'n 365 miljoen euro aan solidariteitsbijdragen verdeeld had moeten worden, terwijl er in de praktijk maar 60 tot 75 miljoen euro daadwerkelijk bij de opleidende clubs belandde.

Om dat probleem op te lossen, lopen de berekening en uitbetaling van internationale opleidingsvergoedingen en solidariteitsbijdragen tegenwoordig verplicht en volledig automatisch via het FIFA Clearing House in Parijs.

Dit centrale orgaan koppelt elektronische spelerspaspoorten direct aan internationale transfers. De kopende club maakt de verplichte vijf procent vervolgens over naar het Clearing House, dat het geld automatisch verdeelt onder de betrokken jeugdclubs.

Sinds een reglementswijziging begin dit jaar geldt er wel een drempelbedrag: claims onder de 100 euro worden administratief niet meer behandeld.  

Voor binnenlandse transfers hanteert de KNVB wel een eigen systeem voor opleidingsvergoedingen met vaste tarieven. In het huidige seizoen 2026/27 lopen deze bedragen per opleidingsjaar uiteen van 344,06 euro voor amateurclubs uit de vierde en vijfde klasse tot 1.845,30 euro per jaar voor profclubs.

Opleidingsvergoeding per niveau
NiveauVergoeding per opleidingsjaar
Betaald voetbal€1.845,30
Tweede en derde divisie€688,12
Vierde divisie en eerste klasse€573,43
Tweede en derde klasse€458,74
Vierde en vijfde klasse€344,06

Voor het jaar 2027 staan er op internationaal vlak bovendien nieuwe aanpassingen op de planning. Naar aanleiding van Europese rechtspraak rond de Diarra-zaak gaf de FIFA afgelopen juni groen licht voor een herziening van de transferreglementen (RSTP). Deze nieuwe regels gaan op 1 januari 2027 in, terwijl de huidige betalingen via het Clearing House gewoon doorlopen.