-
Analyse
Welke provincie in Nederland levert de meeste spelers in het betaald voetbal?
Een uitnodiging voor de jeugdopleiding zoals Ajax, Feyenoord PSV of een andere betaaldvoetbalclub is voor veel jonge voetballers een droom. Maar hoeveel talenten maken ook daadwerkelijk hun profdebuut? In het rapport Nederland Opleidingsland van de KNVB laten cijfers per regio zien hoe groot de verschillen zijn per provincie. Waar een provincie als Drenthe bij de instroom van jeugdspelers nog aan kop gaat, ziet de ranglijst er bij daadwerkelijke debutanten in het betaald voetbal heel anders uit.
In het overzicht van de instroom van spelers in jeugdopleiding van betaaldvoetbalclubs gaan Drenthe en Flevoland fier aan kop met daarachter Noord-Holland. Dit betekent echter niet automatisch dat jeugdvoetballers uit de twee eerstgenoemde provincies de meeste kans maken op een debuut in het betaald voetbal, zo blijkt uit de gegevens van de KNVB in het rapport Nederland Opleidingsland. Daarmee staat Noord-Holland eenzaam bovenaan en blijkt Flevoland alsnog een goede nummer twee, terwijl Drenthe zakt naar het rechterrijtje.
Noord-Holland steekt met kop en schouders boven de rest uit
Noord-Holland levert verreweg de meeste profdebutanten. Tussen 2019/20 en 2023/24 maakten 158 spelers uit die provincie hun debuut in de Eredivisie of Keuken Kampioen Divisie. Zuid-Holland volgt met 110, terwijl Noord-Brabant op 81 blijft steken. Ook wanneer rekening wordt gehouden met het aantal jeugdvoetballers, is Noord-Holland de duidelijke koploper: 25 debutanten per 10.000 voetballers.
Die cijfers worden extra interessant naast de instroom in BVO-opleidingen. Noord-Holland komt uit op 110 instromers per 10.000 jeugdvoetballers. Dat is hoog, maar geen eerste plaats. De provincie telt met Ajax, AZ, FC Volendam en Telstar wel verschillende profclubs en beschikt over een groot amateurvoetbalnetwerk. Dat is een mogelijke verklaring voor het sterke resultaat. Het komt dus neer op zo'n 22,7 procent van de jeugdspelers uit Noord-Holland die daadwerkelijk debuteert in het betaald voetbal.
Drenthe en Flevoland beginnen gelijk, maar eindigen mijlenver uiteen
Bij de eerste stap richting het betaald voetbal delen Drenthe en Flevoland de koppositie: beide leveren 125 instromers per 10.000 jeugdvoetballers. Toch is het verschil verderop in de voetbalpiramide behoorlijk groot. Flevoland komt uit op 22 profdebutanten per 10.000 voetballers, Drenthe op slechts 10. In absolute aantallen gaat het om respectievelijk 18 en 14 debutanten.
Daarmee is Drenthe misschien wel de opvallendste provincie uit het rapport Nederland Opleidingsland van de KNVB. Waar de provincie bij de instroom binnen een jeugdopleiding van een betaaldvoetbalclub uitstekend scoort, deelt het bij de relatieve profdebuten de gedeelde zevende plaats. Hierbij helpt niet mee dat Drenthe slechts één profclub telt met FC Emmen en er met FC Groningen één BVO dichtbij de provinciegrenzen ligt. Dit terwijl de provincie Flevoland weliswaar ook één profclub kent met Almere City, maar clubs als AZ, Ajax, FC Volendam en FC Utrecht allemaal dicht bij de provinciegrenzen liggen.
| Provincie | BVO-instroom per 10.000 | Profdebuten per 10.000 | Percentage |
|---|---|---|---|
| Utrecht | 42 | 10 | 23,8% |
| Noord-Holland | 110 | 25 | 22,7% |
| Groningen | 85 | 17 | 20,0% |
| Zeeland | 25 | 5 | 20,0% |
| Flevoland | 125 | 22 | 17,6% |
| Zuid-Holland | 87 | 14 | 16,1% |
| Gelderland | 72 | 10 | 13,9% |
| Noord-Brabant | 102 | 12 | 11,8% |
| Limburg | 112 | 13 | 11,6% |
| Overijssel | 64 | 7 | 10,9% |
| Friesland | 73 | 7 | 9,6% |
| Drenthe | 125 | 10 | 8,00% |
Groningen verrast, Utrecht bewijst dat scouting niet alles zegt
Ook Groningen springt eruit. Met 85 BVO-instromers per 10.000 jeugdvoetballers staat de provincie zevende, maar bij profdebuten klimt ze naar de derde plaats: 17 per 10.000. In de onderzochte periode leverde Groningen 23 debutanten. Limburg doet het juist andersom: 112 instromers per 10.000, tegenover 13 debutanten. Vanuit de provincie Groningen debuteert er dus 20 procent van de ingestroomde jeugdspelers per 10.000 in het betaald voetbal.
Het contrast tussen Drenthe en Utrecht is misschien nog treffender. Utrecht telt slechts 42 instromers per 10.000 jeugdvoetballers, bijna drie keer zo weinig als Drenthe. Toch komen beide provincies uit op 10 profdebutanten per 10.000. Veel spelers in een BVO-opleiding krijgen is dus niet hetzelfde als uiteindelijk veel profvoetballers afleveren. Net als Groningen maakt Utrecht ook een sprong in de ranglijst als er wordt gekeken naar de profdebuten en gaat de provincie zelfs aan kop met een percentage van 23,8 procent als er wordt gekeken naar het ratio dus instromende spelers bij jeugdopleidingen van BVO's en profdebuten.
Zeeland heeft kwaliteit boven kwantiteit
Onderaan beide ranglijsten staat Zeeland. Met 25 BVO-instromers en 5 profdebutanten per 10.000 jeugdvoetballers bezet de provincie op beide onderdelen de laatste plaats. Hoewel de provincie hekkensluiter is en daarmee onderdoet voor alle andere elf Nederlandse provincies, maakt Zeeland wel een sprong op de ranglijst als er naar ratio wordt gekeken. Met een percentage van 20 procent komen de Zeeuwse talenten die bij een BVO in de jeugd terecht komen wel bovendrijven als het gaat om een debuut in het profvoetbal.
Friesland komt tot 13 debutanten, oftewel 7 per 10.000 jeugdvoetballers. Overijssel noteert hetzelfde relatieve aantal, maar levert er absoluut 26. Gelderland en Noord-Brabant scoren hoog met respectievelijk 57 en 81 absolute profdebutant. Dit komt neer op 10 profdebutanten per 10.000 vanuit Gelderland en 12 profdebutanten per 10.000 uit Noord-Brabant. Limburg levert er qua absolute aantal beduidend minder (namelijk 33), maar relatief noteert de meest zuidelijke provincie 13 profdebutanten per 10.000.
LEES OOK: Deze amateurclubs zijn de echte hofleveranciers van het betaald voetbal
Conclusie: een BVO-plek is pas het begin
De uitkomst is helder: Noord-Holland levert absoluut én relatief de meeste van profdebutanten, Flevoland presteert sterk op beide onderdelen en Groningen maakt een opvallende sprong zodra de profdebuten worden meegewogen. Drenthe toont tegelijkertijd aan dat een hoge BVO-instroom geen garantie biedt op veel profdebutanten. Voor clubs, scouts en amateurverenigingen ligt daar de echte uitdaging: talent niet alleen ontdekken, maar het ook de kans geven om de laatste stap te zetten.