-
Achtergrond
- 1 uur geleden
De transfermarkt bewijst: de Eredivisie kan niet op tegen de Europese top
Door toedoen van het WK 2026 begint de transferzomer deze zomer pas later echt op gang te komen. Toch zijn de verhoudingen nu alweer duidelijk: de grote jongens gooien met geld zonder dat iemand er nog raar van opkijkt, terwijl in de Eredivisie transfersommen het gespreksonderwerp van de dag zijn. Het vinden van aansluiting bij de top van Europa lijkt in dat opzicht voorlopig niets meer dan een illusie.
Het is vrijdag 17 juli als Ajax de transfer van spits Marcos Leonardo officieel naar buiten brengt. De Amsterdammers slaan toe bij Al-Hilal en hengelen de Braziliaan voor zo'n twintig miljoen euro binnen. Leonardo is niet de eerste zomerse aankoop van Ajax. Eerder wist technisch directeur Jordi Cruijff namelijk ook al linksback Caio Henrique te strikken. Ook voor hem is een miljoenenbedrag betaald. Henrique maakte voor 10,5 miljoen euro de overstap van AS Monaco naar Ajax.
De door de Amsterdammers betaalde transfersommen zijn direct het onderwerp van gesprek. Vrijwel iedereen lijkt zich af te vragen waar Ajax het geld ineens vandaan weet te halen. De afgelopen jaren stonden tenslotte in het teken van bezuinigingen. Bij Ajax zou men simpelweg niet de financiële mogelijkheden hebben gehad om met miljoenen te smijten. Maar Ajax had de mogelijkheden wel en wilde gewoon geen risico's nemen. Met Cruijff aan het roer is Ajax overduidelijk een andere weg ingeslagen.
Miljoenenuitgaven 'doodnormaal' in grote competities
Dat het in Nederland - niet alleen bij Ajax, maar ook bij andere grote clubs - vrijwel altijd over geld gaat, laat ook direct het grote verschil met de rest van Europa zien. Was het in 2013 nog bijzonder dat Real Madrid honderd miljoen euro betaalde voor Gareth Bale, zijn dergelijke bedragen bij topclubs nu eerder regel dan uitzondering. Enkel het verbreken van bijzondere records - zoals de transfer van Neymar naar Paris Saint-Germain voor 222 miljoen euro - lijken de tongen wereldwijd nog los te kunnen maken.
Het blijkt ook uit de huidige stand van zaken. Met name in de Premier League lijken clubs niet meer na te hoeven denken bij de bedragen die ze uitgeven op de transfermarkt. Waar in Nederland raar wordt opgekeken van een transfersom van twintig miljoen euro, betaalt men daar een soortgelijk bedrag voor wisselspelers. Terwijl het WK overal voor vertraging op de transfermarkt zorgde, is er in Engeland alweer met miljoenen gesmeten. Het bedrag dat door de twintig clubs uit de Premier League gezamenlijk is uitgegeven zorgt er eigenlijk voor dat je achterover slaat. Sinds de transfermarkt geopend is werd er namelijk al bijna 1,5 miljard euro uitgegeven door de clubs uit misschien wel de grootste competitie van Europa. Het contrast met de Eredivisie is immens. Daar staan de totale uitgaven van alle achttien clubs namelijk op 'slechts' 83,21 miljoen euro, wat bijna achttien keer minder is dan de clubs uit de Premier League. De financiële aansluiting bij de top van Europa is op dit moment simpelweg uit zicht.
Uitgaven vijf grootste Europese competities en Eredivisie
| Competitie | Uitgaven |
|---|---|
| Premier League | 1.417.450.000 euro |
| Serie A | 591.900.000 euro |
| Bundesliga | 434.650.000 euro |
| LaLiga | 307.100.000 euro |
| Ligue 1 | 252.950.000 euro |
| Eredivisie | 83.210.000 euro |
Heel wonderlijk is dat echter niet als je bedenkt welke bedragen er in Engeland rondgaan. Wie de playoff-finale voor promotie naar de Premier League wint, wacht immers een enorm bedrag. De winnaar mag namelijk rekenen op zo'n 200 miljoen pond, omgerekend bijna 235 miljoen euro. Daarbij moet bedacht worden dat clubs die in Nederland promoveren enkel zicht hebben op hogere televisiegelden. Die bedragen blijven beperkt tot slechts enkele miljoenen en vallen dus volledig in het niet bij de inkomsten van de promovendi in Engeland. Het helpt ook te verklaren waarom een club als Ipswich Town direct 69 miljoen euro uit kan geven, terwijl de in Nederland gepromoveerde clubs ADO Den Haag, SC Cambuur en Willem II nog maar nauwelijks de portemonnee trokken en het vooral moeten hebben van huurlingen en transfervrije opties.
Europese opzet vergroot het verschil
De UEFA vergroot die kloof ook onbewust. Kijk maar naar de Europese competities. Wie een avond Champions League-voetbal kijkt, ziet dat de competitie al lang niet meer bedoeld is voor enkel de kampioenen. Competities als de Premier League, Bundesliga, LaLiga en Serie A leveren standaard vier of vijf clubs af. Doordat clubs uit die landen en competities meer kans maken op kwalificatie voor de eindtoernooien, stijgen de inkomsten daar alleen maar verder, terwijl in de kleinere competities aanzienlijk minder clubs aanspraak maken op deelname aan een eindtoernooi. Ook de komst van de Conference League helpt daar niet bij. De kloof wordt enkel groter en niet kleiner.
Is meten met de Europese top nog mogelijk?
Slechts op enkele momenten is het voor clubs uit de Eredivisie nog mogelijk om zich met de top van Europa te meten. Ajax werkte zich bijvoorbeeld tussen de clubs met de meeste uitgaven op de transfermarkt. Het zal uiteindelijk slechts een momentopname zijn, want voor de 'grote jongens' zijn de bedragen die door de Amsterdammers zijn uitgegeven bijna hetzelfde als wisselgeld. Dat Ajax twintig miljoen euro betaalt voor een nieuwe speler is niet het probleem, maar wel dat grote Europese clubs daar niet meer raar van opkijken. Dat Newcastle United zonder pardon 27 miljoen euro betaalt voor een pas achttienjarige Sean Steur is een beeld dat in Nederland niet zal voorkomen.
Is het dan alleen maar 'ellende' op de transfermarkt voor Nederlandse clubs? Dat zeker niet. De Eredivisie staat al jarenlang bekend als een competitie waar spelers worden opgeleid en uiteindelijk verkocht worden voor grote bedragen. Neem de verkoop van Ismael Saibari aan Bayern München door PSV als voorbeeld. De Marokkaan past moeiteloos in het rijtje met toptransfers van de afgelopen jaren met namen als Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong en natuurlijk Antony. De Eredivisionisten plukken dus ook zeker de vruchten van de groeiende kloof met de grotere clubs.
Maar meten met de top als het gaat om bedragen die worden uitgegeven? Nederlandse clubs kunnen niet bieden wat er in de grote competities geboden wordt. Ajax, PSV of Feyenoord dat meer dan honderd miljoen euro uitgeeft aan transfers? Het is bijna ondenkbaar, laat staan dat er meer dan honderd miljoen euro betaald wordt voor slechts één speler. De vruchten plukken we zeker van de groeiende kloof. Maar het dichten ervan? Dat blijft een illusie.