-
Achtergrond
- 2 uur geleden
Dit is waarom Ajax niet meer de transfermachine van vroeger is
Er was een tijd dat Ajax bijna automatisch de jackpot trok zodra een Europese topclub aanklopte. De Johan Cruijff ArenA fungeerde jarenlang als etalage voor de absolute wereldtop. Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt, Hakim Ziyech, Donny van de Beek, Antony en Lisandro Martínez vertrokken allemaal voor bedragen waar andere Eredivisie-clubs alleen maar van konden dromen. Ajax hoefde spelers niet eens actief aan te bieden — de Europese top stond vanzelf op de stoep. Maar die tijd lijkt voorlopig voorbij. FootballTransfers legt uit waarom.
Die tijd lijkt voorlopig even voorbij. Ajax verkoopt nog steeds spelers, maar niet meer voor dezelfde bedragen en vooral niet meer met dezelfde vanzelfsprekendheid. Waar vroeger elke zomer een megatransfer leek te gebeuren, blijft het nu opvallend rustig.
De gouden jaren: alles viel op zijn plek
De basis voor de verkoopmachine werd gelegd door Marc Overmars en Erik ten Hag. Overmars haalde spelers met een duidelijk plan, terwijl Ten Hag er een dominant en herkenbaar team van maakte dat ook in Europa indruk maakte. Ajax speelde modern, aanvallend voetbal en was tegelijkertijd succesvol. Dat is de ideale combinatie als je spelers duur wilt verkopen.
Het absolute hoogtepunt was natuurlijk het seizoen 2018/19, toen Ajax de halve finale van de Champions League bereikte en clubs als Real Madrid en Juventus uitschakelde. Plots keek heel Europa weer naar Amsterdam. Frenkie de Jong vertrok voor 86 miljoen euro naar Barcelona en Matthijs de Ligt ging voor 85,5 miljoen euro naar Juventus. Kort daarna volgden Hakim Ziyech en Donny van de Beek, die allebei voor ongeveer 40 miljoen euro vertrokken. Na het vertrek van Ten Hag cashte Ajax opnieuw megabedragen met de verkoop van Antony en Lisandro Martínez aan Manchester United.
Ajax had in die periode alles mee. De spelers waren uitzonderlijk goed, het team presteerde op topniveau en de club had een ijzersterke onderhandelingspositie.
De toptransfers van Ajax sinds 2019
| Speler | Club | Bedrag |
| Antony | Manchester United | 95 miljoen euro |
| Frenkie de Jong | FC Barcelona | 86 miljoen euro |
| Matthijs de Ligt | Juventus | 85,5 miljoen euro |
| Lisandro Martínez | Manchester United | 57,4 miljoen euro |
| Jorrel Hato | Chelsea | 44,2 miljoen euro |
| Mohammed Kudus | West Ham United | 43 miljoen euro |
| Jurriën Timber | Arsenal | 40 miljoen euro |
| Hakim Ziyech | Chelsea | 40 miljoen euro |
| Donny van de Beek | Manchester United | 39 miljoen euro |
| Edson Álvarez | West Ham United | 38 miljoen euro |
Zelfs tijdens het verval bleef Ajax nog verdienen
Toen Ajax sportief begon af te glijden en in 2023 slechts derde werd in de Eredivisie, bleef de verkoopmachine nog even draaien. Edson Álvarez, Mohammed Kudus en Jurriën Timber brachten samen nog altijd 111 miljoen euro op. Dat kwam vooral doordat deze spelers zich al eerder hadden bewezen, onder meer in de Champions League. Ze profiteerden nog van de reputatie die Ajax in de jaren daarvoor had opgebouwd.
Het laatste echte verkoophoogtepunt was Jorrel Hato. De negentienjarige verdediger leverde afgelopen zomer nog 44 miljoen euro op. Daarmee bevestigde hij zijn status als een van de grootste talenten van Europa. Tegelijkertijd voelt het nu alsof hij voorlopig de laatste megatransfer is geweest.
Kenneth Taylor laat de nieuwe realiteit zien
Kenneth Taylor is misschien wel het perfecte voorbeeld van hoe de situatie is veranderd. De middenvelder was vorig seizoen een van de belangrijkste spelers van Ajax onder Francesco Farioli en zijn Estimated Transfer Value steeg naar 31,7 miljoen euro. Na het vertrek van Hato was Taylor zelfs de meest waardevolle speler van de selectie.
Toch verkocht Ajax hem deze winter voor slechts 16,9 miljoen euro aan Lazio. Dat is bijna de helft van zijn geschatte marktwaarde. Een paar jaar geleden was een speler met dat profiel en die rol waarschijnlijk voor een veel hoger bedrag vertrokken. Het laat zien dat Ajax minder onderhandelingsmacht heeft dan voorheen.
Ajax is niet langer automatisch een springplank naar de top
De belangrijkste reden is simpel: Ajax is sportief geen Europese grootmacht meer. Topclubs betalen de hoogste bedragen voor spelers die zich hebben bewezen op het hoogste niveau, in sterke teams die meedoen om prijzen en ver komen in Europa. Dat is precies wat Ajax onder Erik ten Hag wél was, en de afgelopen jaren niet meer.
Daardoor kijken topclubs anders naar Ajax-spelers. Ze zien nog steeds talent, maar minder zekerheid. En minder zekerheid betekent automatisch lagere transferbedragen.
Ook de absolute toptalenten waren tijdelijk schaarser
Een andere belangrijke factor is dat Ajax de laatste jaren minder spelers heeft voortgebracht die duidelijk tot de toekomstige wereldtop behoren. Spelers als De Ligt en De Jong waren op jonge leeftijd al exceptioneel en maakten op het hoogste niveau het verschil. Dat soort profielen leveren de absolute topbedragen op.
Ajax leidt nog steeds goede spelers op, maar het verschil tussen een goede speler en een potentiële wereldtopper is enorm. En juist die categorie bepaalt hoe sterk je verkoopt.
De toekomst kan er alweer anders uitzien
Tegelijkertijd zijn er duidelijke signalen dat er weer een nieuwe, veelbelovende generatie aankomt. Spelers als Jorthy Mokio, Sean Steur, Rayane Bounida en Mika Godts worden intern en extern gezien als potentiële topspelers. Zij beschikken over het profiel, talent en plafond om in de toekomst wél weer megatransfers op te leveren. Al is het de verwachting dat veel van deze talenten komende zomer nog zullen blijven bij Ajax.
Uiteindelijk blijft het model van Ajax hetzelfde. De club moet spelers opleiden, ontwikkelen en op het juiste moment verkopen. Het verschil met een paar jaar geleden is dat Ajax eerst zelf weer sportief moet groeien om die absolute topstatus terug te verdienen. Want pas als Ajax weer structureel meedoet op het hoogste niveau, volgen de megatransfers vanzelf weer.