België haalt de wereld, Nederland leidt zelf op: welk transfermodel werkt beter?

Bijgewerkt: 20 jul. 2026 13:52 CEST | 9 min leestijd
Dévy Rigaux, Marc Overmars
© IMAGO
Milan Keskin
Maak ons je Google-favoriet

Zodra in Nederland wordt gesproken over het versoepelen van de non-EU-regeling, valt al snel dezelfde naam: België. Kijk daar eens, is dan de gedachte. Belgische clubs kunnen veel gemakkelijker talent uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië halen en verdienen vervolgens flinke bedragen aan de doorverkoop.

De recente transfercijfers geven de voorstanders van dat model behoorlijk wat munitie. Belgische clubs verkochten afgelopen seizoen voor meer geld dan de Eredivisie, terwijl ze aanzienlijk minder uitgaven. Toch is daarmee niet automatisch bewezen dat België ook écht een beter transferland is. Nederland en België creëren hun waarde namelijk op een totaal andere manier.

Artikel gaat verder onder de video

Twee buurlanden, twee verschillende selecties

Vanaf het seizoen 2026/27 bestaat ook de Jupiler Pro League weer uit achttien clubs. De play-offs zijn verdwenen en België keert terug naar een klassieke competitie met 34 speelronden. Daarmee zijn de twee hoogste divisies qua omvang goed met elkaar te vergelijken.

De samenstelling van de selecties laat direct een groot verschil zien.

De Eredivisie en Jupiler Pro League naast elkaar

EredivisieJupiler Pro League
Aantal clubs1818
Aantal spelers445477
Buitenlandse spelers215292
Percentage buitenlanders48,3%61,2%
Gemiddelde leeftijd24,7 jaar24,3 jaar
Gemiddelde marktwaarde per speler€ 2,88 miljoen.€ 2,16 miljoen.

In België lopen 292 buitenlandse spelers rond, tegenover 215 in de Eredivisie. Dat zijn er 77 meer, terwijl beide competities achttien clubs tellen. Het aandeel buitenlandse spelers ligt daardoor bijna dertien % hoger.

Ook de gemiddelde marktwaarde valt op. Een speler in de Jupiler Pro League vertegenwoordigt gemiddeld ongeveer 2,16 miljoen euro, precies een kwart minder dan in de Eredivisie. Belgische clubs werken dus gemiddeld met goedkopere spelers, grotere selecties en een internationalere vijver. Dat past bij het Belgische model: veel spelers relatief vroeg binnenhalen, ontwikkelen en vervolgens zo snel mogelijk met winst verkopen.

België kan veel goedkoper wereldwijd scouten

Een belangrijke verklaring ligt bij de toelating van spelers van buiten Europa. Waar Nederlandse clubs honderdduizenden euro’s aan salaris moeten betalen om een speler van buiten de EER te mogen vastleggen, liggen de Belgische bedragen veel lager.

België kent daarbij geen landelijk uniform bedrag. De arbeidsregels verschillen per regio. In Vlaanderen moet een buitenlandse beroepssporter in 2026 minimaal 52.083,50 euro per jaar verdienen. In Wallonië geldt voor beroepssporters het criterium voor hooggeschoolde werknemers, dat in 2026 op 53.220 euro ligt. In Brussel bedraagt de salariseis 88.320 euro per jaar.

Lees ook: De non-EU-salarisregeling in de Eredivisie: een kwaad of een zegen?

Dat blijft allemaal mijlenver verwijderd van de Nederlandse bedragen van ongeveer 315.000 euro voor jonge spelers en 630.000 euro voor spelers van 21 jaar of ouder. Een Belgische club kan daardoor veel gemakkelijker een gok nemen op een onbekende speler uit bijvoorbeeld Ivoorkust, Ghana, Japan of Colombia.

Mislukt zo’n transfer, dan is de financiële schade vaak nog te overzien. Slaagt de speler wel, dan kan de waardestijging enorm zijn. Nederlandse clubs moeten bij dezelfde speler veel zekerder van hun zaak zijn. De salariseis maakt van een relatief goedkope gok direct een forse investering.

Internationale netwerken helpen België

Ook buitenlandse eigenaren en internationale clubnetwerken spelen een rol. Lommel SK maakt deel uit van City Football Group, terwijl AS Monaco meerderheidsaandeelhouder is van Cercle Brugge. Bij Cercle worden regelmatig jonge spelers van Monaco ondergebracht om ervaring op te doen. OH Leuven werd in 2017 overgenomen door King Power, dat ook eigenaar is van Leicester City.

Zo’n netwerk biedt toegang tot internationale scouting, data, kennis en spelers. Clubs hoeven niet ieder gebied zelf volledig te ontdekken. Een speler kan binnen een netwerk bovendien op het juiste niveau worden geplaatst en later worden doorgeschoven.

Daar staat ook een risico tegenover. Een club kan binnen zo’n constructie steeds meer veranderen in een ontwikkelstation voor een grotere zusterclub. UEFA stelt daarom grenzen aan de invloed die één eigenaar over meerdere Europese deelnemers mag uitoefenen. In de afgelopen seizoenen zijn clubs vanwege die regels zelfs verplaatst of geweigerd voor bepaalde Europese competities.

België was afgelopen seizoen veel efficiënter

De verschillen komen duidelijk terug in de transfercijfers over het seizoen 2025/26. De Jupiler Pro League ontving meer geld, maar gaf juist veel minder uit.

Transfermarkt in het seizoen 2025/26

EredivisieJupiler Pro League
Vertrokken spelers328277
Transferinkomsten€ 419,53 miljoen.€ 460,04 miljoen.
Inkomsten per club€ 23,31 miljoen.€ 28,75 miljoen.
Nieuwe spelers332287
Transferuitgaven€ 249,81 miljoen.€ 169,42 miljoen.
Uitgaven per club€ 13,88 miljoen.€ 10,59 miljoen.
Netto transferbalans€ 169,72 miljoen.€ 290,62 miljoen.
Netto balans per club€ 9,43 miljoen.€ 18,16 miljoen.

De Belgische clubs verdienden gezamenlijk ruim veertig miljoen euro meer aan transfers, terwijl ze ongeveer tachtig miljoen euro minder uitgaven. Daardoor kwam de positieve transferbalans uit op 290,62 miljoen euro. In Nederland bleef onder de streep 169,72 miljoen euro over.

Per club was de Belgische balans bijna twee keer zo hoog. Ook de verhouding tussen de inkomsten en uitgaven spreekt boekdelen. Voor iedere euro die Belgische clubs aan transfers uitgaven, kwam ongeveer 2,72 euro binnen. In Nederland was dat ongeveer 1,68 euro.

Ardon Jashari was afgelopen seizoen de duurste speler uit de Jupiler Pro League. De Zwitser maakte voor 36 miljoen euro de overstap van Club Brugge naar AC Milan.
© IMAGO - Ardon Jashari was afgelopen seizoen de duurste speler uit de Jupiler Pro League. De Zwitser maakte voor 36 miljoen euro de overstap van Club Brugge naar AC Milan.

Belangrijk om te vermelden: het is geen daadwerkelijke winst. Salarissen, zaakwaarnemerskosten, bonussen, belastingen en boekwaardes zijn hierin niet verwerkt. Het laat wel zien hoe efficiënt de Belgische clubs afgelopen seizoen op de transfermarkt handelden.

Ander beeld

Eén uitstekend seizoen maakt België nog niet automatisch het betere transferland. Over een langere periode liggen de verhoudingen een stuk dichter bij elkaar.

Netto transferbalans per seizoen

SeizoenEredivisieJupiler Pro League
2020/21€ 67,82 miljoen.€ 68,78 miljoen.
2021/22€ 137,59 miljoen.€ 23,58 miljoen.
2022/23€ 266,70 miljoen.€ 116,98 miljoen.
2023/24€ 166,00 miljoen.€ 109,95 miljoen.
2024/25€ 187,36 miljoen.€ 269,31 miljoen.
2025/26€ 169,72 miljoen.€ 290,62 miljoen.
2026/27 tot nu toe€ 63,32 miljoen.€ 89,28 miljoen.

De omslag is duidelijk zichtbaar. In 2022/23 eindigde de Eredivisie nog bijna 150 miljoen euro boven België. Ook een jaar later was de Nederlandse transferbalans aanzienlijk beter. In de twee volledig afgeronde seizoenen daarna draaiden de rollen om.

Over 2024/25 en 2025/26 samen noteerde België een positieve transferbalans van 559,93 miljoen euro. Nederland kwam in dezelfde periode uit op 357,08 miljoen euro. De Belgische voorsprong bedroeg dus ruim 200 miljoen euro.

Toch zijn beide landen over de vier volledig afgeronde seizoenen vanaf 2022/23 bijna gelijk. Nederland hield 789,78 miljoen euro over, België 786,86 miljoen euro. Het verschil bedraagt nog geen drie miljoen euro.

De 10 duurste uitgaande transfers in de Eredivisie aller tijden.
© IMAGO - De 10 duurste uitgaande transfers in de Eredivisie aller tijden.

Daarvoor had Nederland wel veel meer omzet nodig. De Eredivisie verkocht in die vier seizoenen voor bijna 1,59 miljard euro en kocht voor ongeveer 798 miljoen euro. België ontving circa 1,45 miljard euro, maar gaf slechts 662 miljoen euro uit.

De conclusie daaruit is interessant: Nederland verkoopt over een langere periode meer, België maakt meer marge op iedere geïnvesteerde euro.

De Belgische transfermachine is breder

Ook binnen de competities wordt de transferwaarde anders verdeeld. In Nederland komt een groot gedeelte van de positieve balans bij de traditionele topclubs terecht. België heeft meer clubs die structureel tientallen miljoenen overhouden.

Onderstaande cijfers gaan over de huidige deelnemers en de periode van 2022/23 tot en met het lopende seizoen 2026/27.

Clubs met de hoogste transferbalans

PositieBelgische clubBalansNederlandse clubBalans
1Club Brugge€ 156,29 miljoen.Ajax€ 256,84 miljoen.
2KRC Genk€ 154,92 miljoen.Feyenoord€ 133,81 miljoen.
3Royal Antwerp€ 112,75 miljoen.AZ€ 133,79 miljoen.
4RSC Anderlecht€ 105,42 miljoen.PSV€ 132,72 miljoen.
5Union Sint-Gillis€ 70,65 miljoen.NEC€ 39,58 miljoen.

Ajax steekt er individueel met kop en schouders bovenuit. Daarna volgen Feyenoord, AZ en PSV op vrijwel gelijke hoogte. Achter die vier ontstaat echter een groot gat.

De vier grootste Nederlandse clubs zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer 77 procent van de totale balans van de huidige achttien clubs. Bij de vier beste Belgische clubs is dat ongeveer 59 procent. België heeft met Gent, Union, Cercle Brugge, Westerlo, Sint-Truiden en Charleroi een bredere groep clubs die serieuze transferwaarde creëert.

Dat is misschien wel de grootste kracht van het Belgische model. Niet alleen de absolute top kan internationaal inkopen en verkopen. Ook clubs uit de middenmoot hebben toegang tot markten waar nog veel waardestijging mogelijk is.

Nederland verdient veel meer aan zelfopgeleide spelers

Toch mist er nog een belangrijk onderdeel wanneer alleen naar alle transfers wordt gekeken: waar komen de verkochte spelers oorspronkelijk vandaan?

CIES onderzocht hoeveel clubs tussen 2016 en 2025 verdienden aan internationale transfers van spelers die in het betreffende land waren opgeleid. Daarbij werden ook bonussen en doorverkoopinkomsten meegenomen.

Inkomsten uit lokaal opgeleide spelers tussen 2016 en 2025

LandTotale inkomstenAandeel spelers van 20 jaar of jongerAandeel spelers van 21 tot 23 jaar
Nederland€ 1,63 miljard.26,8%43,8%
België€ 847 miljoen.43,8%27,2%

Nederlandse clubs verdienden in tien jaar tijd bijna twee keer zoveel aan internationaal verkochte spelers die in Nederland waren opgeleid. Alleen Portugal, Frankrijk, Brazilië en Spanje kwamen in dat onderzoek hoger uit. België bleef steken op 847 miljoen euro.

Ook het moment van verkopen verschilt. In België kwam 43,8 procent van deze inkomsten uit spelers van twintig jaar of jonger. In Nederland was dat 26,8 procent. Nederland verdiende juist veel meer aan spelers tussen de 21 en 23 jaar.

Belgische clubs verkopen hun talenten dus relatief vroeg. Nederlandse spelers krijgen gemiddeld langer de tijd om waarde op te bouwen voordat ze naar het buitenland vertrekken.

UITGELICHT

Ajax is daarin het duidelijkste voorbeeld. De Amsterdamse opleiding leverde volgens een ander onderzoek van CIES in de laatste tien jaar 454 miljoen euro op aan transfers van jeugdproducten. Alleen Benfica verdiende wereldwijd meer. Ajax behoort ook nog altijd tot de tien beste opleidingen ter wereld op basis van het aantal opgeleide spelers, hun niveau en hun speelminuten.

België leidt óók spelers op

Het zou te makkelijk zijn om België alleen als een internationaal handelshuis neer te zetten. Anderlecht, Genk en Club Brugge beschikken over sterke opleidingen en hebben in het verleden talloze topspelers voortgebracht. Ook Royal Antwerp investeert inmiddels flink in de eigen jeugd. Ook hier stroomt steeds meer talent door richting het eerste elftal.

De Jupiler Pro League heeft de laatste jaren extreem veel talenten opgeleverd. Neem bijvoorbeeld Jérémy Doku. De aanvaller doorliep de jeugdopleiding van Anderlecht en kwam via Stade Rennais in 2023 voor 60 miljoen bij Manchester City terecht.
© IMAGO - De Jupiler Pro League heeft de laatste jaren extreem veel talenten opgeleverd. Neem bijvoorbeeld Jérémy Doku. De aanvaller doorliep de jeugdopleiding van Anderlecht en kwam via Stade Rennais in 2023 voor 60 miljoen bij Manchester City terecht.

De Pro League probeert de doorstroming bovendien actief te stimuleren. Clubs worden via de verdeling van media-inkomsten beloond voor speelminuten van Belgisch opgeleide spelers. Ook werd het jeugdplan Play to Grow gelanceerd, waarmee de Belgische clubs meer jeugdspelers naar hun eerste elftal willen laten doorstromen.

Het verschil zit dus niet in opleiden óf inkopen. Beide landen doen allebei. België combineert zijn opleidingen alleen met een veel opener internationale markt. Nederlandse clubs zijn door de hoge salariseisen sterker aangewezen op de eigen academie, Europese spelers en een kleiner aantal dure niet-Europese aanwinsten.

Welk model werkt uiteindelijk beter?

Wie uitsluitend naar de laatste twee seizoenen kijkt, kan moeilijk om België heen. De Jupiler Pro League haalt meer geld binnen, geeft minder uit en heeft een veel hogere positieve transferbalans. Bovendien is het succes breder verspreid over de competitie.

Wie verder terugkijkt, ziet dat Nederland nog altijd meer totale transferinkomsten genereert en over de periode vanaf 2020/21 ook een hogere netto transferbalans heeft. Het grootste verschil zit echter in de oorsprong van die waarde. België verdient veel aan spelers die goedkoop van buitenaf worden gehaald. Nederland haalt veel meer inkomsten uit spelers die binnen het eigen voetbal zijn opgeleid.

België is daarmee op dit moment het betere handelshuis. Nederland blijft het sterkere opleidingsland.
-

De oplossing is daarom niet om het Belgische model volledig te kopiëren. Nederland kan wel leren van de internationale scouting, lagere aankooprisico’s en bredere waardevermeerdering bij Belgische clubs. De non-EU-regeling kan slimmer en gerichter worden ingericht, maar het volledig weghalen van de drempel zou ook het fundament onder het Nederlandse model kunnen aantasten.

Het ideale model ligt waarschijnlijk ergens in het midden: de internationale slagkracht en efficiëntie van België, gecombineerd met de opleiding en doorstroming van Nederland. Bijschaven kan het Nederlandse transfermodel sterker maken. Het inruilen voor een Belgische kopie zou juist betekenen dat Nederland zijn grootste voorsprong vrijwillig opgeeft.