De wereld achter de Ajax-opleiding op De Toekomst

8 min leestijd
Ajax
© IMAGO
Milan Keskin
Maak ons je Google-favoriet

In deze editie van The Recruitment Room kijken we achter de schermen van de Ajax-opleiding. Niet alleen naar het talent dat uiteindelijk op De Toekomst belandt, maar vooral naar de wereld ervoor. Waar vindt Ajax zijn spelers? Welke rol spelen amateurclubs, partnerclubs en de nieuwe Partner Hubs? En wat gebeurt er met de jongens die wél binnenkomen, maar onderweg alsnog afvallen?

Wie aan de jeugdopleiding van Ajax denkt, denkt al snel aan De Toekomst. Aan jonge talenten in het rood-wit die dromen van Ajax 1. Maar vaak begint die route ergens anders. Bij AFC, Zeeburgia, BFC Bussum of een van de vele andere amateurclubs waar Ajax nauw mee samenwerkt.

Artikel gaat verder onder de video

Juist daar wordt een belangrijk deel van de basis gelegd. Ajax heeft door de jaren heen een enorm netwerk opgebouwd waarin talent wordt gevolgd, gescout en uiteindelijk naar Amsterdam wordt gehaald. De nieuwe Ajax Partner Hubs geven nu een mooi inkijkje in die wereld. Want waar komen al die talenten eigenlijk vandaan? En hoe belanden ze uiteindelijk op De Toekomst?

De kaart van Ajax

Ajax trapte op 25 oktober, samen met de gemeente Amsterdam, een nieuw traject af: tien Ajax Partner Hubs. Vier ervan liggen in de stad: AFC in Zuid, WV-HEDW in Oost, De Volewijckers in Noord en SDZ in West. Daarbuiten sluiten HVV Hollandia, Fortuna Wormerveer, Koninklijke HFC, SV Hoofddorp, BFC Bussum en AS’80 aan.

Dat zijn geen verkapte Ajax-filialen. Ajax zet bij de Amsterdamse Hubs vier Managers Jeugdvoetbal neer: trainers uit het eigen opleidingstraject die jeugdafdelingen helpen, trainingen voor de onderbouw verzorgen en trainers bijscholen. Via zogeheten Partner Subs moet die kennis vervolgens verder de wijk in. Ook bij de zes Hubs buiten Amsterdam gaan docenten uit de Ajax-opleiding clubs, vaak gewoon op het veld, begeleiden.

Dat is meer dan een aardig maatschappelijk sausje. Ajax wil de kwaliteit van het jeugdvoetbal in zijn verzorgingsgebied omhoog krijgen, juist omdat daar de volgende lichting vandaan komt. Siem de Jong zei bij de aftrap: “Omdat daar de jeugd de basis legt voor het plezier in het voetbal.” Algemeen directeur Menno Geelen formuleerde de sportieve kant net zo helder: “Hier voetballen onze talenten van de toekomst.” Het project loopt minimaal vier jaar.

Geen filialen

Ajax werkt in Nederland samen met meer dan zestig partnerclubs. Ze vormen de fundering van de opleiding. In de drie jaar voorafgaand aan september 2024 kwam 67 procent van de instroom in de Ajax-onderbouw van partnerclubs.

Matthijs de Ligt kwam via FC Abcoude bij Ajax terecht, Ryan Gravenberch speelde bij Zeeburgia en Brian Brobbey zette zijn eerste stappen bij AFC. Het zijn bekende voorbeelden die laten zien hoe belangrijk de amateurclubs rond Amsterdam voor Ajax zijn. De club deelt kennis, helpt trainers verder en houdt ondertussen goed in de gaten welke talenten eraan komen. Zo krijgt Ajax niet alleen spelers vroeg in beeld, maar leert het ook de omgeving waarin zij opgroeien beter kennen.

Van Matthijs de Ligt tot Aaron Bouwman: de jeugdclubs van deze selectie Ajax-spelers.
© IMAGO/FootballTransfers - Van Matthijs de Ligt tot Aaron Bouwman: de jeugdclubs van deze selectie Ajax-spelers.

Hoofd Football Partnerships Corné Groenendijk noemt het treffend “halen en brengen”. Ajax helpt partnerclubs met opleidingen en begeleiding; de partnerclubs geven Ajax op hun beurt beter zicht op talent. Alex Kroes verwoordde het vorig jaar simpeler: “Hier begint het allemaal. Samen talent opleiden en kansen geven.” De volgende Ajacied hoeft dus niet per se al op zijn achtste naar De Toekomst.

Geduld

Ajax wil vooral voorkomen dat het te vroeg ‘nee’ zegt tegen een talent. Via de Ajax Regionale Trainingen kreeg de club dit najaar zo’n 250 jonge voetballers in beeld. Zij zijn geen onderdeel van de Ajax-opleiding, maar krijgen juist de kans om zich langer bij hun eigen club te ontwikkelen en ondertussen regelmatig bij Ajax te trainen.

Uiteindelijk kan natuurlijk lang niet iedereen naar De Toekomst. Jaarlijks stromen ongeveer tien nieuwe spelers in bij O9, O10 en O11. Aan het einde van de onderbouw wil Ajax een groep van zo’n twintig spelers overhouden. Daarbij kijkt de club niet alleen naar wie nú de beste is, maar vooral naar wie over een paar jaar het verst kan zijn.

“Liever een groot aantal spelers beter leren kennen dan vroeg een te beperkte selectie maken”, legde de inmiddels vertrokken Marijn Beuker uit bij de presentatie van de nieuwe aanpak. Dat is niet voor niets. In het jeugdvoetbal springen de grootste, snelste en fysiek sterkste kinderen er vaak als eerste uit. Terwijl een technisch slimme speler die lichamelijk wat later is, uiteindelijk misschien veel verder kan komen.

“Ik weet nog dat een jeugdtrainer zei dat van de 25 talenten er maar twee het zouden redden. Toen drong tot me door dat ik elke dag keihard moest werken en mijn best moest doen om mijn droom te laten uitkomen.”
- Gerald Alders (door Ajax verhuurd aan Telstar), ELF Voetbal

Ajax wil daarom ook niet allemaal dezelfde spelers opleiden. Beuker spreekt zelfs over het voorkomen van “eenheidsworsten”. Techniek en spelintelligentie staan centraal, maar spelers moeten vooral de ruimte krijgen om hun eigen kwaliteiten te ontwikkelen. Daarom worden jonge talenten niet meteen vastgepind op één positie of één specifieke rol. “Opleiden is een marathon, geen sprint”, zoals Beuker het zelf omschreef.

En die opleiding draait allang niet meer alleen om wat er op het veld gebeurt. Vanaf O11 besteedt Ajax ook aandacht aan slaap, voeding, herstel en mentale weerbaarheid. Misschien wat minder spannend dan een geweldige actie of panna, maar minstens zo belangrijk voor een speler die uiteindelijk iedere paar dagen op het hoogste niveau moet kunnen presteren.

Het moeilijkste gesprek

De open deur naar binnen betekent niet dat iedereen mag blijven. In de bovenbouw is Ajax misschien wel net zo actief als op de transfermarkt van het eerste elftal. Spelers komen binnen van andere opleidingen, anderen horen in een eindgesprek dat hun route in Amsterdam stopt.

Instroom & uitstroom Ajax-jeugd

Publiekelijk bekende mutaties in de hogere jeugdelftallen

2024

🟢 9 spelers binnen

Externe instroom voor O15–O19

🔴 19 spelers vertrokken

Gemelde uitstroom uit O15–O18

2025

🟢 20 spelers binnen

Waarvan 6 afkomstig van Vitesse

🔴 14 spelers vertrokken

Gemelde uitstroom uit O15–O19

2026

🟢 5 spelers binnen

Externe instroom voor O15–O16

🔴 13 spelers vertrokken

Gemelde uitstroom uit O15–O19

Laat ons vooropstellen: dit is niet de complete jaarbalans van de Ajax-opleiding, simpelweg omdat de club die cijfers niet openbaar maakt. Maar het geeft wel een goed beeld van wat er iedere zomer gebeurt. Vooral 2025 springt eruit. Ajax haalde toen flink wat spelers van buitenaf, onder wie zes talenten van Vitesse. Een jaar later bleef de teller voor O15 en O16 steken op vijf nieuwe spelers.

Interessanter is misschien wel wat er aan de andere kant gebeurt. In de zomer van 2026 vertrokken dertien spelers uit de O15 tot en met O19. Voor tien van hen ging er vrijwel direct ergens anders een deur open. Zij kwamen onder meer terecht bij FC Twente/Heracles, PSV, AZ, De Graafschap en Sparta. Een vertrek bij Ajax betekent dus zeker niet dat het avontuur in het profvoetbal voorbij is.

Juist daarom is die uitstroom interessant voor scouts en technisch directeuren. Dat een speler het op zijn zestiende niet redt bij Ajax, zegt lang niet alles over waar zijn plafond ligt. Misschien zit er iemand voor hem op zijn positie, loopt hij fysiek wat achter of komt zijn ontwikkeling simpelweg iets later op gang. Voor sommige talenten begint hun echte doorbraak juist pas ná Ajax.

Wouter Goes speelde jaren bij Ajax in de jeugd.
© IMAGO - Wouter Goes speelde jaren bij Ajax in de jeugd.

De doorbraak

Voor al die talenten die bij Ajax binnenkomen, is er uiteindelijk maar één droom: spelen in Ajax 1. En debutanten zijn er genoeg. In 2022/23 maakten zes jeugdspelers hun officiële debuut, een seizoen later waren dat er vijf. In 2024/25 volgden opnieuw vijf spelers: Don-Angelo Konadu, Sean Steur, Rayane Bounida, Jorthy Mokio en Dies Janse. Afgelopen seizoen kwamen daar Aaron Bouwman, Abdellah Ouazane, Jinairo Johnson en Pherell Nash bij. Alles bij elkaar zijn dat twintig jeugddebutanten in vier seizoenen.

Dat is behoorlijk wat. Maar bij Ajax weten ze ook: debuteren is één ding, écht doorbreken iets heel anders. Tien minuten per maand in het eerste is niet waar de opleiding het uiteindelijk voor doet. De ambitie ligt veel hoger. Op termijn moet 40 tot 60 procent van de A-selectie bestaan uit zelfopgeleide spelers.

Daarom kijkt Ajax steeds minder naar leeftijd. Op dit moment spelen negen à tien jongens die qua leeftijd nog in O19 terechtkunnen al bij Jong Ajax. “Zijn ze goed genoeg, dan zijn ze ook oud genoeg”, zegt Stef Wijlaars tegenover Voetbal International. De oud-prof is als Hoofd Midden- en Bovenbouw mede verantwoordelijk voor de stap richting het betaald voetbal.

Die stap wordt bovendien heel bewust gepland. De hoofdtrainer, Jong Ajax, O19 en de opleidingsleiding zitten iedere week bij elkaar om te bespreken waar een talent het beste kan spelen en hoeveel minuten hij nodig heeft. De ene speler heeft nog even baat bij O19, terwijl een ander juist zo snel mogelijk tegen volwassen profs moet worden getest.

Lees ook: De meest waardevolle spelers van Jong Ajax

Dat zie je terug bij Jong Ajax. De selectie heeft dit seizoen een gemiddelde leeftijd van slechts 19.6 jaar. Talenten als Jeshurun Simeon (16), Mohamed Abdalla (17) en Emre Ünüvar (18) worden daardoor al vroeg tegen oudere en fysiek sterkere tegenstanders gezet. Alles met hetzelfde einddoel: zo snel mogelijk klaar zijn voor Ajax 1.

De zes kernwaarden

Ajax heeft zes kernwaarden op papier staan: de beste willen zijn, aanvallend denken, Amsterdams direct zijn, talent tot bloei brengen, elkaar versterken en leiderschap tonen. Klinkt misschien wat als managementtaal, maar in de opleiding zie je die punten wel degelijk terug.

De beste willen zijn betekent bijvoorbeeld niet dat Ajax O15 koste wat kost kampioen moet worden. Het gaat er vooral om dat spelers iedere week beter worden. Dat Amsterdamse directe? Dat merken talenten vanzelf wanneer ze te horen krijgen waar ze staan. En elkaar versterken zie je terug in de samenwerking met al die amateurclubs rondom de opleiding.

Deze jeugdexponenten maakten dit seizoen minuten in Ajax 1.
© IMAGO - Deze jeugdexponenten maakten dit seizoen minuten in Ajax 1.

Maar uiteindelijk draait het vooral om één ding: talent tot bloei laten komen. En juist daar zit de uitdaging. De ene speler is er op zijn vijftiende al klaar voor, de ander pas op zijn negentiende. De een breekt door bij Ajax, terwijl een ander eerst moet vertrekken om ergens anders tot wasdom te komen. De kunst is vooral om op tijd te zien welk talent nét wat langer nodig heeft.

Onderweg vallen er (te) veel spelers af. Ieder jaar komen er talenten binnen en ieder jaar moeten anderen weer vertrekken. Maar ook dat hoort bij de opleiding. Sommige spelers breken rechtstreeks door, anderen maken een omweg en weer anderen blijken pas ná Ajax echt tot bloei te komen.

Wie alleen kijkt naar de jongens die uiteindelijk hun debuut maken in de Johan Cruijff ArenA, ziet daarom maar een klein gedeelte van het verhaal. De weg ernaartoe is minstens zo interessant.

Deze analyse is onderdeel van The Recruitment Room: een nieuwsbrief is gemaakt voor trainers, scouts, technisch directeuren, agencies én sportjournalisten en -redacties.