-
Analyse
- 10 minuten geleden
Welke club winkelt het vaakst bij Eredivisie-rivalen?
Er zijn technisch directeuren die voor iedere nieuwe linksback eerst naar Argentinië vliegen, drie databureaus bellen en uiteindelijk bij een club uit de tweede divisie van Kroatië uitkomen. En er zijn clubs die gewoon denken: die jongen van FC Utrecht kan aardig voetballen. Hoe is dat in Nederland?
Voor deze analyse zijn de vijf afgeronde transferzomers van 2021/22 tot en met 2025/26 bekeken. Een binnenlandse transfer telt wanneer een speler rechtstreeks van de ene club in de Eredivisie naar de andere gaat. Huurdeals binnen de competitie tellen mee; terugkerende huurspelers niet. Transferbedragen zijn de door Transfermarkt geregistreerde bedragen en kunnen door bonussen of niet-openbare afspraken afwijken van de werkelijke sommen.
Dat levert vooral bij de topclubs een opvallend verschil op. Ajax kijkt de laatste jaren steeds nadrukkelijker over de grens. Feyenoord speurt juist graag een paar plaatsen lager op de ranglijst. PSV doet dat iets minder vaak, maar als Eindhoven eenmaal aanklopt, ligt er tegenwoordig meteen serieus geld op tafel.
Steven Berghuis ging bijvoorbeeld in 2021 voor €5,5 miljoen van Feyenoord naar Ajax. In diezelfde periode van vijf jaar kwamen daar voor Ajax onder meer Owen Wijndal van AZ bij, terwijl het enorme aankoopbeleid van 2022/23 en 2023/24 voor het overgrote deel uit buitenlandse clubs kwam.
De topclubs en de Nederlandse markt
| Club | Opvallende binnenlandse aankopen | Beeld |
|---|---|---|
| PSV | Flamingo, Driouech, Van Bommel, Olij | Minder deals, hoge bedragen |
| Feyenoord | Timber, Zerrouki, Beelen, Smal, Steijn | Koopt structureel in de subtop |
| Ajax | Berghuis, Wijndal | Steeds internationaler |
| AZ | Meerdere talenten uit Nederlandse markt | Gericht, vaak jong |
Feyenoord hoeft de Eredivisie niet uitgelegd te krijgen
Van de traditionele top drie is Feyenoord in deze periode het duidelijkst herkenbaar als binnenlandse shopper. Quinten Timber kwam van FC Utrecht, Ramiz Zerrouki van FC Twente en Thomas Beelen van PEC Zwolle. Daar kwamen later onder anderen Gijs Smal en Sem Steijn bij.
Dat is geen toeval. Feyenoord koopt in Nederland vooral spelers die al hebben bewezen dat ze het tempo, de ruimtes en de eigenaardigheden van de Eredivisie aankunnen. Voor een club die na de doorbraak onder Arne Slot structureel Champions League-niveau nastreefde, is dat eigenlijk een vrij rationele strategie: minder aanpassingstijd, minder scoutingrisico.
Het interessante is dat Rotterdam niet alleen bij de onderste helft aanklopt. Juist FC Utrecht en FC Twente, clubs die zelf Europees voetbal nastreven, raakten belangrijke spelers kwijt aan Feyenoord. Dan koop de club dus niet alleen kwaliteit. Je verzwakt in theorie ook een directe concurrent.
PSV: minder boodschappen, wel met de gouden pinpas
PSV haalt niet voortdurend halve elftallen uit Nederland. Maar kijk naar de recente bedragen en het verhaal verandert. Ryan Flamingo verhuisde van FC Utrecht naar Eindhoven, Couhaib Driouech kwam van Excelsior en in de zomer van 2025 werden Ruben van Bommel en Nick Olij binnen de Eredivisie weggehaald.
De prestaties van Van Bommel in 2024/25 onder de vleugelaanvallers in de Eredivisie. Hoe meer naar rechts en in het groen, hoe beter de prestaties
Van Bommel kwam voor €15,8 miljoen en Olij voor €3 miljoen. Alleen al Van Bommel is daarmee duurder dan complete binnenlandse boodschappenlijstjes van verschillende concurrenten over meerdere zomers en is zelfs de duurste aankoop ooit van PSV.
De duurste binnenlandse deals
| Speler | Van | Naar | Transfersom |
|---|---|---|---|
| Ruben van Bommel | AZ | PSV | €15,8 mln |
| Owen Wijndal | AZ | Ajax | ca. €10 mln |
| Sem Steijn | FC Twente | Feyenoord | ca. €10 mln |
| Ryan Flamingo | FC Utrecht | PSV | ca. €9 mln |
| Quinten Timber | FC Utrecht | Feyenoord | ca. €7-8 mln |
| Ramiz Zerrouki | FC Twente | Feyenoord | ca. €7 mln |
| Steven Berghuis | Feyenoord | Ajax | €5,5 mln |
Daarmee is PSV over de meest recente zomers vooral de club die bereid is het hoogste prijskaartje te accepteren voor bewezen Eredivisie-kwaliteit. Dat past ook bij de financiële verhoudingen van de laatste seizoenen: de beste speler van een subtopper kost niet meer automatisch vier miljoen. Nederlandse clubs verkopen steeds beter.
Ajax heeft de Eredivisie bijna uit zijn winkelmandje gegooid
Bij Ajax is de ontwikkeling precies andersom. In 2021 was Berghuis nog de grote binnenlandse transfer. Een jaar later volgde Wijndal van AZ. Daarna werd het aankoopbeleid bijna kosmopolitisch. In 2023/24 gaf Ajax liefst €109,3 miljoen uit aan inkomende transfers; de belangrijkste aankopen kwamen van Dinamo Zagreb (Josip Sutalo), Metz (Georges Mikautadze), Manchester City (Carlos Forbs), Antwerp (Gaston Avila) en Middlesbrough (Chuba Akpom).
Dat is misschien wel de opvallendste statistiek van deze hele exercitie. Niet dat Ajax géén Nederlandse spelers haalt, maar dat de Nederlandse topclub met het grootste historische netwerk in eigen land de laatste jaren relatief weinig rechtstreeks bij Eredivisie-rivalen koopt.
In 2021/22 was Berghuis nog één van de belangrijkste aankopen en kostte de volledige Ajax-oogst slechts €18,5 miljoen. Een seizoen later stegen de totale aankopen naar ruim €113 miljoen. De blik verschoof daarbij grotendeels naar het buitenland.
De subtop koopt anders
Voor clubs onder de top drie werkt de binnenlandse markt anders. Utrecht, Twente, NEC, Sparta en Go Ahead zoeken vaker naar spelers die bij een andere Nederlandse club buiten de basis vallen, transfervrij zijn of via huur beschikbaar komen. Daar zit minder glamour in, maar vaak meer logica.
Een speler die al honderd Eredivisie-wedstrijden heeft gespeeld, hoeft niet eerst in november te ontdekken dat uit bij Go Ahead iets anders is dan een uitwedstrijd in de Oostenrijkse Bundesliga. Vooral bij transfervrije spelers en huurdeals is dat waardevol.
Excelsior is een mooi extreem voorbeeld. In 2023/24 huurde de Rotterdamse club onder anderen Kian Fitz-Jim van Ajax en Mimeirhel Benita en Lennard Hartjes van Feyenoord. Voor clubs met een klein aankoopbudget fungeert de top van de Eredivisie zo bijna als een externe jeugdopleiding.
Vier soorten Nederlandse shoppers
| Type | Voorbeelden | Strategie |
|---|---|---|
| Kapitaalkrachtige koper | PSV | Beste Eredivisie-speler mag serieus geld kosten |
| Structurele subtop-shopper | Feyenoord | Bewezen kwaliteit bij Utrecht, Twente en kleinere clubs |
| Internationale koper | Ajax | Relatief klein binnenlands aandeel |
| Budgetshopper | Excelsior, kleinere clubs | Huur, transfervrij en overtollige spelers |
En de degradanten dan?
Daar ontstaat een interessant patroon. De echte topclubs plunderen een degradant verrassend genoeg niet ieder jaar. Een speler uit de nummer zeventien moet nog steeds goed genoeg zijn voor Champions League-niveau.
Wanneer het wél gebeurt, kan het bijzonder aantrekkelijk zijn. Driouech maakte in 2024 na de degradatie van Excelsior de stap naar PSV. Dezelfde Driouech die nu voor een veel hoger bedrag weg mag bij PSV. Voor clubs uit de middenmoot zijn degradanten nog interessanter: salarissen moeten omlaag, spelers willen in de Eredivisie blijven en de verkopende club heeft minder onderhandelingsmacht.
Het zijn daardoor vooral middenmoters en subtoppers die van degradatie profiteren in aantallen; de top doet het selectiever en betaalt alleen voor spelers die direct een hoger niveau aankunnen.
Spelers terughalen is weer een andere sport
Er is nog een categorie die gemakkelijk met 'kopen in Nederland' wordt verward: Nederlanders of voormalige Eredivisie-spelers terughalen uit het buitenland.
Juist de topclubs doen dat geregeld. Ajax haalde Steven Bergwijn uit Engeland en Brian Brobbey terug uit Leipzig; Feyenoord haalde spelers als Calvin Stengs terug naar Nederland en PSV combineerde de buitenlandse markt meermaals met spelers die de Eredivisie al kenden. Ajax betaalde in 2022 €31,25 miljoen voor Bergwijn en €16,35 miljoen voor Brobbey.
Dat zijn inhoudelijk veilige transfers — de speler kent land en competitie — maar administratief géén binnenlandse transfers. Een nuttig onderscheid, want anders lijkt het Nederlandse aandeel in het aankoopbeleid van de top drie veel groter dan het werkelijk is.
Conclusie: Feyenoord kent de buren, PSV betaalt ze
Wie één winnaar zoekt, krijgt er eigenlijk twee. Feyenoord is de meest uitgesproken Eredivisie-shopper van de Nederlandse top. De Rotterdammers halen structureel spelers bij clubs vlak onder hen en lijken weinig moeite te hebben om zeven of tien miljoen naar Utrecht of Enschede over te maken als ze overtuigd zijn.
PSV is de financiële kampioen van de binnenlandse markt. Met deals als Flamingo en vooral Van Bommel is Eindhoven bereid bedragen te betalen die enkele jaren geleden voor een transfer tussen twee Nederlandse clubs uitzonderlijk waren.
En Ajax? Dat is de vreemde eend. De club die traditioneel het makkelijkst Nederlandse talent kon aantrekken, is juist het sterkst geïnternationaliseerd. Berghuis en Wijndal springen eruit, maar tegenover de enorme buitenlandse uitgaven van met name 2022 en 2023 vormen ze een opvallend klein gezelschap.
Misschien is dat uiteindelijk het interessantste resultaat. Iedereen scout tegenwoordig wereldwijd. Maar in Rotterdam en Eindhoven weten ze inmiddels ook weer iets wat in het datatijdperk bijna ouderwets klinkt: soms staat die goede voetballer gewoon anderhalf uur verderop.